Mijn leukste thema feest suggesties....!
Op deze pagina's vind je suggesties voor
een leuk feestjes. Misschien een ideetje voor jouw volgende verjaardag?
Ridder- en Jonkvrouwenfeest
Boevenfeest
Wilde Westen Feest





Ridder- en jonkvrouwenfeest
Welkom op het kinderfeestridders en
jonkvrouwen
“O mijn liefste, ik bemin u zo zeer. ”
“Gij hebt mijn hart gestolen!”
Jonkvrouw Isabella is smoorverliefd.
Welke ridder heef haar hart gestolen?
Wees niet bang en trek ten strijde,
op zoek nar deze mysterieuze ridder……..
De kinderen moeten een parcours van 10 spelletjes afleggen. Bij elk
spelletje krijgen ze een letter. Deze moeten ze op de juiste volgorde
invullen en dan krijg je de naam van de ridder die het hart van
jonkvrouw Isabella heeft gestolen (Leeuwenhart).
de oplossing:
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
. . . . . . . . . .
Weet jij ook de voornaam van deze dappere
ridder?
Spelletjes:
1. Jij wordt de ridder
Ringsteken: Span een waslijn. Hang hier ringen aan op met wasknijpers.
Laat de kinderen bij elkaar op de rug zitten (ridder te paard) en met
een lans (bezemsteel/lange stok) de ringen er afsteken.
2. Het gezin van de timmerman
Spijker slaan: De timmerman is gewond en heeft hulp nodig. Laat de
kinderen spijkers in een boomstammetje slaan.
3. Gevangen in het kasteel
Blaas zilverkleurige ballonnen op, bevestig hier een elastiekje aan. Doe
het elastiekje om de enkel van het kind en laat ze bij elkaar de
ballonnen kapot trappen.
4. Het gezin van de heer
Laat de kinderen een ketting maken. In het midden een medaillon (bijv.
van aluminiumfolie). De ketting bestaat verder uit een dropveter en
Nibbit-chipjes.
5. Help wie redt mij uit de toren
Zet een parcours uit, met aan het eind een jonkvrouw (pop) op een stoel.
Laat de kinderen met een stokpaardje het parcours afleggen. Met als doel
het eerst de jonkvrouw te zoenen (of aan te raken).
6. De kaarten van de tovenaar
Memorie (zie verderop)
7. Geen tv, wat doe je dan?
Kegelen. Gebruik hiervoor Pringlebussen. Plak er ridderplaatjes op.
Verzwaar de bussen eventueel met knikkers of kiezelstenen, zodat ze niet
direct omvallen.
8. De geheime kist
Van tevoren: Teken als patroon een grote cirkel (ca. ter grootte van een
eetbord). Knip de cirkels van stof. Perforeer eventueel eerst gaatjes in
de stof. Laat de kinderen op ongeveer 2cm vanaf de rand een koordje
rijgen. Maak aan het
einde van het koordje een mooie knoop. Geef ze een edelsteen (er zijn
mooie plastic steentjes te koop bij Blokker of een tuincentrum), leg die
in het midden, trek het koordje aan en ze hebben een mooie buidel.
N.B. eerst zelf even uittesten of het goed gaat met de stof.
9. Ten aanval
De burcht wordt aangevallen en de mensen moeten zich verdedigen. De
kinderen slaan (met een speciaal apparaat) een kogel (negerzoen) de
lucht in, die ze zelf weer moeten proberen te vangen.
10. Vals gespeeld tijdens het toernooi
Degenen die zich tijdens het toernooi niet gedragen hebben of vals
hebben gespeeld belanden in de kerker (donkere ruimte). Hier mogen ze
niet eerder uit dan dat ze een kleurplaat hebben gekleurd en/of de
woordzoeker af hebben.
Ridders- en Jonkvrouwenwoordzoeker
P R A H K O N I N G
S E L A N S K O T R
Z E G E L R I N G E
C H G V S A N H G B
T M T A A N N O Z I
L O U L P V O A W O
U O O K E B M P A O
P I B R S A N R A H
A K L I T O T I R R
T I U L F S I N D O
A R T S A G U S T O
K A S T E E L R O S
Woorden:
kot lans koning kus luit zwaard nar mooi monnik ros page toorts uil pest
kasteel bout roos kruisboog gast valk katapult
haan prins hooiberg harp fluit raponsel heer harnas zegelring.
De overgebleven letters vormen nog een woord!





|
Boevenfeest
|
Laat de kinderen na
afloop van elk spelletje een vingerafdruk zetten op het
formulier.
1. Boevenkoppen Rollen
Gebruik hiervoor 10 lege Pringlebussen/Flessen en plak hier bv.
boevenkoppen op. Zet ze in een bepaald patroon neer en laat
iedere speler proberen met één gooi zoveel mogelijk flessen om
te kegelen.
2. Het ruime sop
Tijdens een woeste storm staat het witte schuim op de golven.
Dit weer wordt door zeelui en piraten gevreesd omdat er bij dit
weer wel eens schepen vergaan. Ondertussen wachten de
strandjutters binnen af tot de storm gaat liggen om dan op het
strand op zoek te gaan naar spullen van waarde die aanspoelen.
Voor die tijd drijven de spullen in het ruime sop.
In een bak met sop zitten een aantal voorwerpen. De spelers
staan geblinddoekt een stukje verderop. Om de beurt mogen ze
naar de bak komen. Ze mogen een minuut of een halve minuut
voelen wat er tussen de golven in het ruime sop drijft.
Ondertussen proberen ze te raden wat ze voelen. De spelleider
onthoudt voor iedere speler hoeveel voorwerpen goed geraden
zijn.
3. De buit verdelen
Piraten en zeerovers houden er zo hun eigen vreemde tradities
op na. Dit is hun manier om na afloop van een strooptocht de
buit te verdelen. Let maar een goed op tijdens het spelen van
dit spel Buit verdelen. Het schijnt dat dit vroeger ook gebeurde
in Wamshaven en nog steeds gebeurd door rovers in de Ruige
Verten.
In het midden van de kring met speleers ligt een
ontbijtkoek/appel met mes. Met een dobbelsteen moet een zes
gegooid worden. Als een speler zes gooit, moet deze zich eerst
aankleden met een onhandige (dikke) jas, sjaal, muts,
handschoenen en eventueel te grote schoenen en dan mag hij
plakken koek afsnijden en opeten. Tot er weer een zes gegooid
wordt. Ook al heeft hij net het mes in de ontbijtkoek, moet hij
gelijk stoppen. Het is belangrijk om de snelheid in het spel te
houden.
4. Lange vingers aan het werk
- 2 IJslollystokjes
- 2 Elastiekjes
- Stopwatch
- Bakje met kraaltjes
- Fles
Met de elastiekjes worden de stokjes om de duim en wijsvinger
gebonden, zodat je twee 'lange vingers' krijgt. Prompt gaat de
dief aan het werk. Met zijn lange vingers haalt hij de
edelstenen (kraaltjes) uit de uitstalkast (bakje). Dan laat hij
ze in de fles vallen. Omdat de politie hem op de hielen zit
heeft hij maar 30 seconden de tijd.
5. Bom(Ballon) Aflossings procedure
Vraag de kinderen om in twee rijen te gaan staan. Plaats een
ballon tussen knieën van de eerste in de lijn. Wanneer de race
start moet de ballon doorgegeven worden aan de tweede persoon
met behulp van zijn of haar knieën en zonder handen. Het tweede
kind moet dan weer de ballon doorgeven aan de derde persoon. Zo
moet elk kind in de groep de ballon gehad hebben. Het team dat
de ballon laat vallen moet opnieuw beginnen. Wie de ballon het
eerst achter de startlijn krijgt heeft gewonnen!
6. Boevenmemory
Maak van boevenplaatjes een memory
7. Chain-gang
De boeven staan achter elkaar en worden vervolgens met de
voeten aan elkaar gebonden. Laat ze nu een uitgezet parcours
volgen.
8. De ontsnapping
Spelverloop:
De boeven moeten ergens een fles vullen met water en ze dan
tussen hun knieën stoppen. Zo, met de fles tussen hun knieën en
zonder ze aan te raken, moeten ze een parcours afleggen (hou het
simpel). Aan het eind van het parcours moeten ze de fles
leeggieten zonder hun handen te gebruiken!
De ploeg die het eerst een bepaalde hoeveelheid water heeft
overgebracht wint!
9. Vlammetjes schieten
Wie schiet het eerst de vlammetjes van kaarsen uit met een
waterpistool?
Alternatief: Flessen, hierop een pingpongballetje leggen, zodat
de boeven deze er met een waterpistool af moeten schieten.
10. Bom gooien
De boeven moeten binnen een bepaalde tijd om beurten vanaf een
bepaalde afstand een bom (bal) in een emmer proberen te werpen.
Met de twee pionnen geef je de afstand aan.
11. Gevangenis
Laat de boeven in de gevangenis de woordzoeker maken. Indien dit
te moeilijk is kunnen ze kleurplaten kleuren.
(zie bijvoorbeeld
www.kleurplaten.nl)
|





Wilde
Westen feest
Spelletjes:
1. De wilde bar:
Een plank of iets dergelijks overdekken met landbouwplastic. Hierop
zeepsop. De bar moet schuin bevestigd zijn, net als een glijbaan. Laat
van boven naar beneden een plastic bekertje met ranja glijden. De
kinderen moeten het bekertje beneden
opvangen (eventueel één hand op de rug).
2. Goudzoeken:
Met een lepel klompjes goud (goud gespoten steentjes) zoeken in zand.
3. Hoefijzers werpen:
Echte hoefijzers om een paal gooien.
4. Pijl en boogschieten:
Pijlen schieten op foto’s van indianen (leerkrachten/leden organisatie)
(handig is om foto’s achter een raam te plakken en de kinderen daar de
pijlten op af te laten schieten, zo kunnen de zuignapjes makkelijk
hechten).
5. Pijltjes schieten /blazen:
Maak een grote cactus. Maak in de ‘armen’ ronde gaten. Vantevoren
papieren pijltes draaien. Laat de kinderen de pijltjes met behulp van
een stuk pvc-buis door de gaten van de cactus blazen.
6. Spijker slaan:
Binnen een bepaalde tijd grote spijkers in boomstammetjes slaan.
7.
Regenmakers/dromenvangers/trommels/ratels maken:
a. Regenmakers: Gebruik voor de regenmakers de kartonnen
kokers welke in rollen tapijt zit. Zaag ze vantevoren op maat. Laat de
kinderen een cirkel uit papier knippen en plak hiermee aan één kant de
koker dicht. Vervolgens her en der in de koker spijkers slaan. Rijst in
de kokers doen. ALs laatste nog een cirkel uit papier knippen en de
andere zijde dichtplakken.
b. Dromenvanger:
Benodigdheden: stevig ijzerdraad, katoenen draad, kralen en veren.
• Neem een stuk ijzerdraad van 40 centimeter. Buig het in een ring.
Draai de uiteinden om elkaar heen om de ring af te werken.
• Meet 3 meter katoen draad af van de kleur die je mooi vindt. Draai dit
stuk draad op toteen bolletje zodat je het makkelijk kunt
gebruiken. Knoop het draad vlak bij het gedraaide deel van de ring vast
en draai met het bolletje de hele ring vol. Zorg dat alle windingen goed
tegen elkaar aankomen. Is de draad te kort dan kun je er gewoon een
nieuw stukje aan vastknopen.
• Neem van dezelfde kleur (of als je dat mooier vindt een andere) een
nieuw stuk draad van 1 meter. Knoop de draad aan de ring en span die
daarna naar de andere kant. Rijg een paar kralen aan de draad. Doe dit
een paar keer zodat er een leuk figuur ontstaat.
- 1 -
• Maak aan de bovenkant van de ring een touwtje vast om de dromenvanger
aan op te hangen. aan de onderkant kun je een paar draadjes maken die je
verzwaart met kralen en waaraan je veren kunt plakken of vastnaaien.
c. Trommel:
Benodigdheden: een grote bus (plastic, karton of metaal), een strook dun
karton van 2½ cm. breed, een groot stuk sterk plastic, een paar sterke
elastieken die om de bus passen, een lang stuk touw (dun) en
verschillende kleuren verf.
Stap 1
Lijm de strook karton rond de opening van de bus. Er ontstaat zo een
dikke rand.
Stap 2
Zet de bus op het plastic en knip een stuk uit dat rondom ongeveer 5 cm.
groter is.
Stap 3
Doe de elastieken om de bus en schuif ze aan tegen de kartonnen strook.
Trek het plastic over de opening van de bus en schuif de rand onder het
elastiek. Trek het plastic strak aan en zorg dat het glad wordt. Bind er
voor de zekerheid het stuk touw om.
Stap 4
Beschilder het blik. Als trommelstokken kun je verschillende dingen
gebruiken: Bamboestokjes, een stokje waarop je en kraal hebt gelijmd,
een pollepel of een garde.
d. Ratels:
Vul een frisdrankblikje of een busje met rijst, zand of bonen. Plak de
opening waardoor je de vulling hebt ingebracht dicht en beschilder de
ratel vrolijk.
8. Hoed werpen:
Maak een grote cactus. Laat de kinderen (cowboy)hoeden op de ‘armen’ van
de cactus gooien.
9. Broodjes bakken:
Zet de stokken een nacht vantevoren in water. Wikkel om de stokken
brooddeeg en laat de kinderen broodjes bakken in een ‘kampvuurtje’
(vuurkorf of oude wasmachinetrommel) . Je kunt ook voorgebakken broodjes
af laten bakken boven het vuur. Maak dan vantevoren eerst scherpe punten
aan de stokken.
10. Dobbelen:
Laat de kinderen in een gesloten, spannende omgeving (bijvoorbeeld in
een Tipi) om de beurt dobbelen met 2 of 3 dobbelstenen. Degenen die het
laagste aantal gooit moet een hap pindakaas eten.
11. Snelle vingers:
Met waterpistooltjes pingpongballetjes in een knikkerpotje schieten.
12. Estafette-race:
Stel de kinderen in 2 rij-en op. Start de race door het afschieten van
een klappertjespistool. Laat de kinderen bijv. de volgende opdrachten
uitvoeren:
a. Het eerste kind van elke rij gaat in een hoepel staan, dit is de
startpositie
b. Over een bank heen rennen
c. Met een soeplepel water uit een grote emmer halen en een klein
emmertje vullen
d. Met het volle emmertje een rondje om de totempaal rennen
e. Jas aandoen en hoed opdoen
f. Naar de waslijn rennen, kleren uitdoen en met wasknijpers ophangen
g. Terugrennen en dan mag de volgende beginnen.